Hallo mensen van het goede leven (dat zegt mijn mentor altijd),
Ik heb weer eens een filmpje gemaakt, mede dankzij Ramon en mijn geweldige zusje Sharon die ons filmde.
Dus ik wil als eenste hen even bedanken. Ten tweede wil ik zeggen dat het filmpje, vertiteld als 'de zorg en wij zijn vreemd', over een gestoorde man bij de zuster, een bizarre leerling in een bizarre klas, een sprookje over het elfje en de boze tovenaar, een mieterig gevecht, een herinnering over te gestoorde ouders, en over een Gekke Geleerde en een bezorger gaat. En tenslotte als derde zou ik het heel leuk vinden als het vaak wordt bekeken, dus hier de link: http://www.youtube.com/watch?v=x6xh61uSoKM
Laat het vervolgens aan al je vrienden, vriendinnen, klasgenootjes, leraren, vaders, moeders, buurvrouwen, buurmannen, opa's, oma's, groot opa's en oma's, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, nichtjes van je neefjes, neefjes van je nichtjes, alle andere familie, achter familie, achter achter familie en iedereen die je nog meer kent en niet kent, hang flyers op, zet het in je MSN-naam, of beter, laat je er naar vernoemen, maak een ketting mail/brief, schreew het over de daken, of terwijl, doe alles behalve mensen vermoorden(want anders verlies je mensen die het kunnen kijken) om dit filmpje zo veel mogenlijk hits te laten scoren, want het is gewoon té gestoord om te bekijken!
Met vriendelijke groeten,
Miss Black
zondag 30 januari 2011
vrijdag 28 januari 2011
leugen
20 etages diep
80 etages hoog
dat is wat ik loog
er zijn niet zo veel mogelijkheden
om te leven
ook al zou ik jou mijn hart daarvoor geven
80 etages hoog
dat is wat ik loog
er zijn niet zo veel mogelijkheden
om te leven
ook al zou ik jou mijn hart daarvoor geven
dinsdag 25 januari 2011
Je bent eng als de nacht
Je komt er aan
ik bang weggekropen
mijn adem in
maar het is alsof
jij mijn hart kan horen
maar ik wil niet gehoord worden
ik ben bang
mijn hart klopt zo hard
net als in doodse stilte
je de klok hoort tikken
hoor ik mijn hart bonken
maar zolang hij nog bonkt
leef ik nog
dat wil ik houden
je komt er aan
mijn adem in
je bent zo eng
als een schim
mij willend moorden
in de donkere nacht
ik wacht
ik ben bang voor de nacht
mijn hart klinkt te hard
maar mijn hart klopt te zacht
jij bent de nacht
ik wil de dag
ik wacht
ik bang weggekropen
mijn adem in
maar het is alsof
jij mijn hart kan horen
maar ik wil niet gehoord worden
ik ben bang
mijn hart klopt zo hard
net als in doodse stilte
je de klok hoort tikken
hoor ik mijn hart bonken
maar zolang hij nog bonkt
leef ik nog
dat wil ik houden
je komt er aan
mijn adem in
je bent zo eng
als een schim
mij willend moorden
in de donkere nacht
ik wacht
ik ben bang voor de nacht
mijn hart klinkt te hard
maar mijn hart klopt te zacht
jij bent de nacht
ik wil de dag
ik wacht
Miss Black
vergeten te leven
Je doet mijn hart even stil laten staan
je kijkt me aan
door jou vergeet ik heel even
om te leven
ik blijf stil staan
ik kijk je aan
een seconde van een eeuwigheid
weet ik
ik wil je nooit meer kwijt
tot ik stik
door een vloed van liefde
gezonken in de eeuwige zee
ga ik eeuwig met je mee
je kijkt me aan
door jou vergeet ik heel even
om te leven
ik blijf stil staan
ik kijk je aan
een seconde van een eeuwigheid
weet ik
ik wil je nooit meer kwijt
tot ik stik
door een vloed van liefde
gezonken in de eeuwige zee
ga ik eeuwig met je mee
Miss Black
zaterdag 22 januari 2011
Laat me je helpen
Je ziel verbrand op de verste ster
Gezonken in de diepste zee
Toch wil ik met je mee
Laat me je helpen
Terug naar de aarde te lopen
Naar het wateroppervlak, snel
Het lukt wel
Als we blijven hopen
Gezonken in de diepste zee
Toch wil ik met je mee
Laat me je helpen
Terug naar de aarde te lopen
Naar het wateroppervlak, snel
Het lukt wel
Als we blijven hopen
Miss Black
woensdag 19 januari 2011
eventjes alleen
Eventjes alleen
Eventjes niemand om me heen
Eindelelijk even rust
Heel even
Dat is wat de wereld me kan geven
Verder moet ik doorleven
Non-stop
Met van die momentjes
Zo klein
Zo fijn
Eventjes alleen
Eventjes niemand om me heen
Eindelijk even rust
Alsof je me kust
Miss Black
dinsdag 18 januari 2011
Ik hou niet van jou zoals jij van mij
Ik vind je leuk
Jij zegt, ik hou van jou
Ik was je niet trouw
Want het is niet zo
Dat ik echt van jou hou
Ik vind je echt leuk
Maar ik hou niet van jou
Het klinkt flauw
Maar ik zal niet voor je sterven
Of eeuwig huilen om jou
Ik hou wel van jou
maar niet op de manier
zoals jij van mij
want je maakt me wel blij
Ik hou wel van jou
maar niet op de manier
zoals jij van mij
want je maakt me wel blij
Miss Black
zaterdag 15 januari 2011
er is niemand
een iemand
een niemand
op wie je kan vertrouwen
op wie je kan bouwen
wie je vol kan stouwen
met jouw tranen
jouw verdriet
maar iemand dat aandoen
dat wil je niet
een niemand
op wie je kan vertrouwen
op wie je kan bouwen
wie je vol kan stouwen
met jouw tranen
jouw verdriet
maar iemand dat aandoen
dat wil je niet
toch wil je iemand
maar ook weer niemand
zeer graag je verdriet laten voelen
en jouw hart te laten koelen
en jezelf beter te laten voelen
zonder jouw tranen
met jouw verdriet
maar iemand anders dat aandoen
dat wil je niet
maar ook weer niemand
zeer graag je verdriet laten voelen
en jouw hart te laten koelen
en jezelf beter te laten voelen
zonder jouw tranen
met jouw verdriet
maar iemand anders dat aandoen
dat wil je niet
Miss Black
een gevoel
Een gevoel dat overal te lui voor is, alles wil doen, maar niet weet wat. Iedereen in elkaar wil slaan die hij tegenkomt en tegelijk het niet op mensen af wil reageren. Een gevoel dat niet weet waar hij vandaan komt, maar tegelijkertijd heel goed, alsof het op het puntje van je tong ligt. Iets wat zichzelf wil vermoorden, maar tegelijkertijd het uiterste wil bereiken.
Miss Black
vrijdag 14 januari 2011
Zwart of wit?
Zou een wit papiertje meer inspiratie geven dan zwart? Niemand die het zou weten omdat zwart in principe nooit wordt gebruikt om te schrijven. Toch denk ik dat wit meer inspiratie biedt dan zwart. Wit laat alle licht zien en zwart geen één, die neemt alles in. Hoewel je als je je ogen dicht doet zwart ziet, waarop dromen zich vormen. Wit is de beste achtergrond om films op te projecteren. Zwart is al gevuld. Wit kan je vullen. Het is toch een vraag waar je nooit aan denkt. Misschien omdat het in principe geen antwoord biedt. Zwart en wit, totaal anders, allebei meerdere antwoorden en conclusies. Het heeft geen antwoord, dus zal ik er nog eens over nadenken, maar ik heb er nu geen antwoord op…
denkertje
STER
Ster
Een obstakel in de verte, ver van de aarde. In principe alleen in de nacht te zien.
Een teken van geluk en roem.
een leuk figuurtje, vaak in kinderboekjes te zien. Een teken voor de nacht, net zoals de maan.
Een ster is naast een mooie verschijning van de nacht dus meer. De vraag is waarom een ster voor positieve dingen staat. Waarschijnlijk door de schittering in de nacht, wat een gevoel van geluk geeft. Een route op de grote oceaan. Misschien ook door de geloven waar overledenen een ster vormen. Van verering en liefhebben. Maar ook van angst voor de dood. Waarom sterren positief worden gezien is dus niet helemaal logisch op dat gebied. Ik denk dat het dan toch een gevoel vormt dat als je dood gaat je niet niets wordt en je mensen blij maakt met je schittering. Schittering. Ook als beroemdheid heb je dat. Misschien komt de uitdrukking schittering dan ook van sterren, of een ster van schittering. Dat is niet goed te concluderen. Iets wat me best wel even stil doet staan. Ik denk dat een ster en schittering in dat gebied samen als uitdrukking zijn ontstaan, omdat het allebei een punt van hogere macht is.
Ik denk dat het simpele figuurtje van 5 punten is ontstaan door breking van het licht door ijskristallen in de bovenste laag van de atmosfeer, waarna er uitstulpingen aan de ster lijken te vormen, ook wel halo genoemd, en ze het zo, simpel, hebben genoteerd. Het is een makkelijk figuur met een makkelijke naam, wat makkelijk te leren is voor kinderen. Ster is dan ook niet het woord wat ze als laatste zullen herkennen. Daarom is ster misschien ook een groot symbool geworden.
Een teken van geluk en roem.
een leuk figuurtje, vaak in kinderboekjes te zien. Een teken voor de nacht, net zoals de maan.
Een ster is naast een mooie verschijning van de nacht dus meer. De vraag is waarom een ster voor positieve dingen staat. Waarschijnlijk door de schittering in de nacht, wat een gevoel van geluk geeft. Een route op de grote oceaan. Misschien ook door de geloven waar overledenen een ster vormen. Van verering en liefhebben. Maar ook van angst voor de dood. Waarom sterren positief worden gezien is dus niet helemaal logisch op dat gebied. Ik denk dat het dan toch een gevoel vormt dat als je dood gaat je niet niets wordt en je mensen blij maakt met je schittering. Schittering. Ook als beroemdheid heb je dat. Misschien komt de uitdrukking schittering dan ook van sterren, of een ster van schittering. Dat is niet goed te concluderen. Iets wat me best wel even stil doet staan. Ik denk dat een ster en schittering in dat gebied samen als uitdrukking zijn ontstaan, omdat het allebei een punt van hogere macht is.
Ik denk dat het simpele figuurtje van 5 punten is ontstaan door breking van het licht door ijskristallen in de bovenste laag van de atmosfeer, waarna er uitstulpingen aan de ster lijken te vormen, ook wel halo genoemd, en ze het zo, simpel, hebben genoteerd. Het is een makkelijk figuur met een makkelijke naam, wat makkelijk te leren is voor kinderen. Ster is dan ook niet het woord wat ze als laatste zullen herkennen. Daarom is ster misschien ook een groot symbool geworden.
ff iets vrolijks (eindeijk)
OVER EEN PUPPY!
Er was eens...
…Een gelukkig pup
Er was eens…
…Een beestje die van spelen hield
Er was eens…
…Een vrolijk blaffend beestje
Er was eens…
…Een gelukkig pup
geen wij
ik
jij
geen wij
nooit wij
maakt me niet blij
jij
ik
stik
ga weg
geen pech
niet voor jou
niet voor mij
toch maakt het me niet blij
Miss Black
zaterdag 8 januari 2011
toch deed ik het
ik had het niet moeten doen
ik wou het niet doen
toch deed ik het
ik ben een oen
waarom doe ik
dit toch steeds weer
maar ik moet van mezelf
maar ik wil het niet meer
ik wou het niet doen
toch deed ik het
ik ben een oen
waarom doe ik
dit toch steeds weer
maar ik moet van mezelf
maar ik wil het niet meer
Miss Black
woensdag 5 januari 2011
een niemand
wie ik ben
gewoon iemand
ergens op de wereld
alleen
niemand om me heen
genoeg vrienden
toch alleen
een ziel heb ik wel
maar toch geen
ik ben een stip
een stip
op deze grote wereld
tussen duizend mensen
één mens
doe een wens
Niemand begrijpt me
niemand kan mijn ziel lezen
niemand weet wat ik denk
en niemand weet wie ik ben
hoe hard ik ook ren
Ik val niet op
als een korrel zand aan zee
wegdrijvend in de branding
de diepe zee tegemoet
worden vergeten onder de bodem
later een berg vormen
Slechts een korreltje steen
in een grote berg
dat is niets
zeggen mensen dan
ik ben liever een ster
tussen de miljarden sterren
hier ver vandaan
mensen blij maken
maar niet worden gezien overdag
alleen 's nachts ben ik nuttig
gewoon iemand
ergens op de wereld
alleen
niemand om me heen
genoeg vrienden
toch alleen
een ziel heb ik wel
maar toch geen
ik ben een stip
een stip
op deze grote wereld
tussen duizend mensen
één mens
doe een wens
Niemand begrijpt me
niemand kan mijn ziel lezen
niemand weet wat ik denk
en niemand weet wie ik ben
hoe hard ik ook ren
Ik val niet op
als een korrel zand aan zee
wegdrijvend in de branding
de diepe zee tegemoet
worden vergeten onder de bodem
later een berg vormen
Slechts een korreltje steen
in een grote berg
dat is niets
zeggen mensen dan
ik ben liever een ster
tussen de miljarden sterren
hier ver vandaan
mensen blij maken
maar niet worden gezien overdag
alleen 's nachts ben ik nuttig
Miss Black
zondag 2 januari 2011
titelloos verhaal H2
Hoofdstuk 2
De telefoon gaat. Dana staat op.
‘Kutzooi.’ Ze neemt nog één slok van haar bier en pakt de telefoon op. ‘Ja?’
‘Wat heeft Sarah nu dan gedaan?’, antwoord ze met een dubbele tong.
‘In het ziekenhuis? Moet ik komen?’
‘O, dank je voor het bellen.’
‘Ja, daag!’, ze hangt op en wil gaan zitten, maar Stephanie begint te huilen.
‘Ook dat nog!’ Dana loopt wankelend naar haar toe. ‘Kan je niet heel even je kop houden kleine! Ik heb genoeg aan mijn hoofd.’, ze pakt haar op en sleept haar mee naar haar kamer. Stephanie kan nog niet echt lopen, dus valt ze om en probeert ze Dana bij te houden door te kruipen. Stephanie moet heel hard huilen.
‘Houd dat kutkop van je toch eens!’, Dana slaat Stephanie en gooit haar haar bed in. Ze moet nog harder huilen.
‘En als ik je straks beneden hoor ben je er geweest!’, Dana loopt weer naar beneden en gaat zitten. Dan moet ze zo ook nog eens naar het ziekenhuis voor die Sarah. Ze pakt haar fles weer en neemt een slok.
Sarah staat naast haar moeder. Waarom toch? Wat doen zij en Stephanie toch fout? Sarah moet huilen, maar dat kan ze niet. Waar heeft ze dit aan te danken? Waarom kon ze niet gewoon thuis blijven, dan had ze voor Stephanie kunnen zorgen en dan had haar moeder Stephanie niet geslagen. Ze had haar wat eten gegeven en getroost, maar ze moest naar school, en nu, nu is ze een geest. Dit kan gewoon niet waar zijn. Het is een droom. Hoe vaak had ze wel niet gedacht dat er een spook onder haar bed zat, maar dat was allemaal verbeelding. Geesten bestonden niet, ze bestaan nog steeds niet. Ze zullen nooit bestaan.
Sarah voelt zich vanbinnen helemaal gesloopt. Moe. Maar lichamelijk heeft ze zich nog nooit zo fit gevoeld. Alsof ze in één keer om de aarde zou kunnen rennen. Toch is ze moe. Ze slentert naar boven. Ze voelt zich licht en tegelijkertijd zo zwaar. Ze wil naar bed.
Ze weet niet hoe, maar ineens ligt ze in haar bed. Ze hoopte eigenlijk dat ze wakker was geworden van deze nachtmerrie, maar ze heeft nog hetzelfde aan en ze voelt zich nog even slecht.
Ze sluit haar ogen en tot haar verbazing ziet ze wit in plaats van zwart. Er verschijnen allemaal dansende kleurtjes. De kleurtjes komen naar elkaar toe, het vormen personen die met elkaar dansen. Het ziet er zo mooi, gelukkig en vredig uit. Het wit beeld word grijs en de personen worden zwart. Ze worden agressief. Hun voeten vatten vlam en binnen een paar seconden verdwijnen ze geheel in een dikke, donkere rook waarachter kwaadaardige vlammen lachen, schreeuwen en roepen naar dood. Zo’n verschrikkelijk geschreeuw. Wanneer de rook wegtrekt ziet ze een gezicht in de vlammen.
‘Sarah! Je bent verdoemd! Je zou dood moeten zijn! Dood moeten zijn! Sarah! Sarah! Je komt nooit uit deze nachtmerrie! Je zou iedereen zien sterven. Naar het witte licht zien gaan, het licht waar jij geen toegang tot kreeg! Je zou eeuwig leven en niets zijn. Helemaal niets! Je bent verdoemd! Sarah! Kom met mij mee! Zeg vaarwel tegen je lijden! Brand één keer en wees eeuwig verlost! Kom mee! Sarah!’
‘Nee, ik wil niet! Ik wil leven, net als iedereen! Waarom?! Nee!’
De vlammen komen dichterbij. Sarah kan de hitte voelen, zo heet. Ze merkt nu dat ze als geest helemaal niks had gevoeld. Nu voelt ze hitte. Het voelt zo slecht, maar ook zo goed, na wat ze vandaag had meegemaakt. Betekent dit dat ze na een nachtmerrie haar ziel aan de duivel moet verkopen? Dat wil ze niet. Ze zal zo weer wakker worden en dan zal alles weer normaal zijn. Nou, normaal was haar leven niet. Toch moest ze niet gaan. Stephanie, ze moest naar Stephanie.
‘Als je nu niet mee komt, kom je nooit meer weg uit de nachtmerrie van niks zijn. Je zou nooit meer terug in je lichaam komen. De dokters zullen je vermoorden voor je terug in je lichaam kan. Je zal eeuwig lijden.’
‘Nee! Ik wil dit niet!’ de vlammen kwamen nog dichter bij. ‘Nee! Ik wil niet! Nee!!’
‘Kutzooi.’ Ze neemt nog één slok van haar bier en pakt de telefoon op. ‘Ja?’
‘Wat heeft Sarah nu dan gedaan?’, antwoord ze met een dubbele tong.
‘In het ziekenhuis? Moet ik komen?’
‘O, dank je voor het bellen.’
‘Ja, daag!’, ze hangt op en wil gaan zitten, maar Stephanie begint te huilen.
‘Ook dat nog!’ Dana loopt wankelend naar haar toe. ‘Kan je niet heel even je kop houden kleine! Ik heb genoeg aan mijn hoofd.’, ze pakt haar op en sleept haar mee naar haar kamer. Stephanie kan nog niet echt lopen, dus valt ze om en probeert ze Dana bij te houden door te kruipen. Stephanie moet heel hard huilen.
‘Houd dat kutkop van je toch eens!’, Dana slaat Stephanie en gooit haar haar bed in. Ze moet nog harder huilen.
‘En als ik je straks beneden hoor ben je er geweest!’, Dana loopt weer naar beneden en gaat zitten. Dan moet ze zo ook nog eens naar het ziekenhuis voor die Sarah. Ze pakt haar fles weer en neemt een slok.
Sarah staat naast haar moeder. Waarom toch? Wat doen zij en Stephanie toch fout? Sarah moet huilen, maar dat kan ze niet. Waar heeft ze dit aan te danken? Waarom kon ze niet gewoon thuis blijven, dan had ze voor Stephanie kunnen zorgen en dan had haar moeder Stephanie niet geslagen. Ze had haar wat eten gegeven en getroost, maar ze moest naar school, en nu, nu is ze een geest. Dit kan gewoon niet waar zijn. Het is een droom. Hoe vaak had ze wel niet gedacht dat er een spook onder haar bed zat, maar dat was allemaal verbeelding. Geesten bestonden niet, ze bestaan nog steeds niet. Ze zullen nooit bestaan.
Sarah voelt zich vanbinnen helemaal gesloopt. Moe. Maar lichamelijk heeft ze zich nog nooit zo fit gevoeld. Alsof ze in één keer om de aarde zou kunnen rennen. Toch is ze moe. Ze slentert naar boven. Ze voelt zich licht en tegelijkertijd zo zwaar. Ze wil naar bed.
Ze weet niet hoe, maar ineens ligt ze in haar bed. Ze hoopte eigenlijk dat ze wakker was geworden van deze nachtmerrie, maar ze heeft nog hetzelfde aan en ze voelt zich nog even slecht.
Ze sluit haar ogen en tot haar verbazing ziet ze wit in plaats van zwart. Er verschijnen allemaal dansende kleurtjes. De kleurtjes komen naar elkaar toe, het vormen personen die met elkaar dansen. Het ziet er zo mooi, gelukkig en vredig uit. Het wit beeld word grijs en de personen worden zwart. Ze worden agressief. Hun voeten vatten vlam en binnen een paar seconden verdwijnen ze geheel in een dikke, donkere rook waarachter kwaadaardige vlammen lachen, schreeuwen en roepen naar dood. Zo’n verschrikkelijk geschreeuw. Wanneer de rook wegtrekt ziet ze een gezicht in de vlammen.
‘Sarah! Je bent verdoemd! Je zou dood moeten zijn! Dood moeten zijn! Sarah! Sarah! Je komt nooit uit deze nachtmerrie! Je zou iedereen zien sterven. Naar het witte licht zien gaan, het licht waar jij geen toegang tot kreeg! Je zou eeuwig leven en niets zijn. Helemaal niets! Je bent verdoemd! Sarah! Kom met mij mee! Zeg vaarwel tegen je lijden! Brand één keer en wees eeuwig verlost! Kom mee! Sarah!’
‘Nee, ik wil niet! Ik wil leven, net als iedereen! Waarom?! Nee!’
De vlammen komen dichterbij. Sarah kan de hitte voelen, zo heet. Ze merkt nu dat ze als geest helemaal niks had gevoeld. Nu voelt ze hitte. Het voelt zo slecht, maar ook zo goed, na wat ze vandaag had meegemaakt. Betekent dit dat ze na een nachtmerrie haar ziel aan de duivel moet verkopen? Dat wil ze niet. Ze zal zo weer wakker worden en dan zal alles weer normaal zijn. Nou, normaal was haar leven niet. Toch moest ze niet gaan. Stephanie, ze moest naar Stephanie.
‘Als je nu niet mee komt, kom je nooit meer weg uit de nachtmerrie van niks zijn. Je zou nooit meer terug in je lichaam komen. De dokters zullen je vermoorden voor je terug in je lichaam kan. Je zal eeuwig lijden.’
‘Nee! Ik wil dit niet!’ de vlammen kwamen nog dichter bij. ‘Nee! Ik wil niet! Nee!!’
Sarah schrikt wakker. Gelukkig, het was allemaal maar een droom. Ze staat op en wil haar kamer uitlopen, maar als ze de deur wil openen gaat ze er weer dwars doorheen. Nee, dit kan niet! Het was geen droom. Sarah wil het niet beseffen. Ze gaat naar beneden. Haar moeder zit niet zo als gewoonlijk op de bank. Waar is ze? Sarah loopt naar boven waar ze Stephanie hoort gillen. Ze loopt naar haar toe en ineens stopt ze met huilen en kijk ze haar kant op. Kan Stephanie haar zien? Sarah loopt naar het bedje toe, maar haar handen verdwijnen in het bedje en in Stephanie, die gelijk weer begint te huilen.
Sarah kan het niet uitstaan. Ze wil Stephanie niet zo zien. Ze wil haar vastpakken, troosten, eten geven en knuffelen, spelen, leren lopen… Wanneer kwam ze nou uit deze godvergeten nachtmerrie? De emoties door Stephanies gehuil kwelde haar, verslond haar ziel, waaruit ze nu alleen nog maar bestond. Ze was niets meer dan een ziel zonder lichaam die overal doorheen greep. Ze kon niks doen, alleen kijken, kijken hoe haar zusje huilde en achtergelaten werd. Vergeten.
Waar was haar moeder?
Ineens ziet Sarah allemaal flitsen voor zich. Mensen in witte jassen. Bedden. Haar moeder. Haar lichaam!
Opeens is ze in het ziekenhuis. Een dokter praat tegen haar moeder.
‘Mevrouw Jenne. U heeft gedronken!’
‘Waar bemoei je je mee!’
‘Met uw eigen gezondheid en dat van uw kind. Dus ik vraag u om mee te gaan.’
‘Nee, ik ga niet naar een kliniek.’
‘Het is voor uw eigen gezondheid. Anders moet ik u vragen om hier niet meer terug te komen.’
‘En dat bepaal jij?! En bovendien, alsof ik zin had om langs te komen. Ik was liever thuis gebleven!’ Sarah ziet haar moeder Wankelend de kamer uit lopen. Ze loopt haar achterna. Opeens valt haar moeder om. Sarah schrikt en begint te gillen om hulp, maar niemand hoort haar natuurlijk. Ze raakt in paniek en begint nog harder te gillen en gaat naast haar moeder zitten en blijft roepen. Niemand hoort haar. Pas minuten later komt er een zuster langs die gelijk hulp roept. Sarah staat snel op voordat de zuster in haar gaat zitten. Allemaal dokters komen er omheen staan en leggen haar op een bed. Een half uur lang blijven er dokters af en aan lopen om te kijken of haar moeder niks mankeert. Daarna komt er enkel nog af en toe een dokter kijken. Sarah zit op haar moeders bed. Zou ze ook in coma liggen? Zou ze haar geest elk moment tegen kunnen komen?
Maar net wanneer ze zich dat afvraagt, opent haar moeder haar ogen en kijkt ze haar aan. Sarah schrikt en springt overeind. Dan valt haar moeder weer in slaap. Sarah heeft het idee dat ze haar hart in haar keel voelt kloppen, maar ze voelt niks. Helemaal niks. Alles wat ze voelt is alleen maar schijn.
Dit is allemaal haar schuld. Als zij wat beter had opgelet op het verkeer was dit allemaal niet gebeurd. Als zij niks had gezegd over de drugs, als ze gewoon alles had genegeerd en wat eerder was opgestaan was dit allemaal niet gebeurd. Was ze gewoon naar school gegaan en had ze voor Stephanie kunnen zorgen. Stephanie! Die is nu helemaal alleen thuis en ze kan niet eens lopen! Straks raakt ze haar ook nog eens kwijt.
Sarah kan het niet uitstaan. Ze wil Stephanie niet zo zien. Ze wil haar vastpakken, troosten, eten geven en knuffelen, spelen, leren lopen… Wanneer kwam ze nou uit deze godvergeten nachtmerrie? De emoties door Stephanies gehuil kwelde haar, verslond haar ziel, waaruit ze nu alleen nog maar bestond. Ze was niets meer dan een ziel zonder lichaam die overal doorheen greep. Ze kon niks doen, alleen kijken, kijken hoe haar zusje huilde en achtergelaten werd. Vergeten.
Waar was haar moeder?
Ineens ziet Sarah allemaal flitsen voor zich. Mensen in witte jassen. Bedden. Haar moeder. Haar lichaam!
Opeens is ze in het ziekenhuis. Een dokter praat tegen haar moeder.
‘Mevrouw Jenne. U heeft gedronken!’
‘Waar bemoei je je mee!’
‘Met uw eigen gezondheid en dat van uw kind. Dus ik vraag u om mee te gaan.’
‘Nee, ik ga niet naar een kliniek.’
‘Het is voor uw eigen gezondheid. Anders moet ik u vragen om hier niet meer terug te komen.’
‘En dat bepaal jij?! En bovendien, alsof ik zin had om langs te komen. Ik was liever thuis gebleven!’ Sarah ziet haar moeder Wankelend de kamer uit lopen. Ze loopt haar achterna. Opeens valt haar moeder om. Sarah schrikt en begint te gillen om hulp, maar niemand hoort haar natuurlijk. Ze raakt in paniek en begint nog harder te gillen en gaat naast haar moeder zitten en blijft roepen. Niemand hoort haar. Pas minuten later komt er een zuster langs die gelijk hulp roept. Sarah staat snel op voordat de zuster in haar gaat zitten. Allemaal dokters komen er omheen staan en leggen haar op een bed. Een half uur lang blijven er dokters af en aan lopen om te kijken of haar moeder niks mankeert. Daarna komt er enkel nog af en toe een dokter kijken. Sarah zit op haar moeders bed. Zou ze ook in coma liggen? Zou ze haar geest elk moment tegen kunnen komen?
Maar net wanneer ze zich dat afvraagt, opent haar moeder haar ogen en kijkt ze haar aan. Sarah schrikt en springt overeind. Dan valt haar moeder weer in slaap. Sarah heeft het idee dat ze haar hart in haar keel voelt kloppen, maar ze voelt niks. Helemaal niks. Alles wat ze voelt is alleen maar schijn.
Dit is allemaal haar schuld. Als zij wat beter had opgelet op het verkeer was dit allemaal niet gebeurd. Als zij niks had gezegd over de drugs, als ze gewoon alles had genegeerd en wat eerder was opgestaan was dit allemaal niet gebeurd. Was ze gewoon naar school gegaan en had ze voor Stephanie kunnen zorgen. Stephanie! Die is nu helemaal alleen thuis en ze kan niet eens lopen! Straks raakt ze haar ook nog eens kwijt.
Sarah staat naast Stephanies bed en vraagt zich af waarom Stephanie niet huilt. Ze zou meer dan tien uur niet hebben gegeten. Misschien heeft ze wel de hele tijd hebben geschreeuwd toen ze in het ziekenhuis was en dat ze nu moe is. Stephanie ziet er wel moe uit. Sarah kijkt toe hoe Stephanie in slaap valt.
Wie zou nu voor Stephanie zorgen? De buurvrouw, mevrouw de Vries, zou het waarschijnlijk ook niet doorhebben. Stephanie huilt zo vaak en ze schreeuwen altijd thuis. Mevrouw de Vries heeft het gelukkig nooit door, ze is doof en een beetje dement.
Sarah ging wel eens langs bij mevrouw de Vries. Het is een hele aardige vrouw. Het komt zo vaak voor dat Sarah weer eens huilend bij haar aan komt bellen. Mevrouw de Vries zet dan wat thee met koekjes. Sarah doet ook wel eens de boodschappen voor haar, dan krijgt ze wat geld. Haar moeder heeft ook niet veel geld, ze werkt niet en Sarah krijgt ook geen zakgeld. Sarah moet alles regelen. Van het geld wat ze van mevrouw de Vries verdient, kan ze wat voor zichzelf kopen, zoals een mobiel en beltegoed. Daar heeft ze nu niet echt veel aan. Nu wil ze dat de buurvrouw het allemaal wel door heeft.
Wie zou nu voor Stephanie zorgen? De buurvrouw, mevrouw de Vries, zou het waarschijnlijk ook niet doorhebben. Stephanie huilt zo vaak en ze schreeuwen altijd thuis. Mevrouw de Vries heeft het gelukkig nooit door, ze is doof en een beetje dement.
Sarah ging wel eens langs bij mevrouw de Vries. Het is een hele aardige vrouw. Het komt zo vaak voor dat Sarah weer eens huilend bij haar aan komt bellen. Mevrouw de Vries zet dan wat thee met koekjes. Sarah doet ook wel eens de boodschappen voor haar, dan krijgt ze wat geld. Haar moeder heeft ook niet veel geld, ze werkt niet en Sarah krijgt ook geen zakgeld. Sarah moet alles regelen. Van het geld wat ze van mevrouw de Vries verdient, kan ze wat voor zichzelf kopen, zoals een mobiel en beltegoed. Daar heeft ze nu niet echt veel aan. Nu wil ze dat de buurvrouw het allemaal wel door heeft.
Hoe gaat het eigenlijk met Amber? Amber weet ook niet dat haar moeder verslaafd is, maar Sarah denkt dat ze wel een vermoede heeft. Als Sarah haar voor de zoveelste keer belt dat ze niet kan komen, omdat er weer eens wat is gebeurd en dat ze de smoes gebruikt dat ze zich niet lekker voelt, vraagt Amber altijd door. Sarah wil niet dat Amber weet dat haar moeder verslaafd is, straks wil ze haar vriendin niet meer zijn. Ze schaamt zich ervoor. Amber is dan ook nog nooit bij haar thuis geweest.
Amber zal zich nu wel afvragen waarom ze vandaag niet op school was. Normaal belt Sarah altijd van te voren. Nu niet, het was dan vandaag ook de bedoeling om gewoon naar school te gaan. Sarah hoopt dat ze morgen, of anders overmorgen wel naar school kan. Als ze dan nog steeds in deze akelige nachtmerrie zit, gaat ze kijken hoe het op school is.
Amber zal zich nu wel afvragen waarom ze vandaag niet op school was. Normaal belt Sarah altijd van te voren. Nu niet, het was dan vandaag ook de bedoeling om gewoon naar school te gaan. Sarah hoopt dat ze morgen, of anders overmorgen wel naar school kan. Als ze dan nog steeds in deze akelige nachtmerrie zit, gaat ze kijken hoe het op school is.
Zouden er meer geesten zijn? Als dit geen nachtmerrie is, zouden er meer geesten moeten zijn. Zij is toch niet de enige die in coma ligt? Waar zijn al die andere geesten dan?
Als er andere geesten zijn, wil Sarah ze wel ontmoeten. Voor hetzelfde geld blijft ze eeuwig eenzaam rondzweven. Maar als er dan al andere geesten zijn, kan ze hen dan wel zien?
Sarah loopt naar de badkamer en kijkt in de spiegel. Geen spiegelbeeld te bekennen. Ze weerkaatst blijkbaar evenveel licht als lucht, ze is doorzichtig, helemaal niks, waarschijnlijk nog minder dan lucht. Als ze naar haar handen kijkt ziet ze dat ze iets doorschijnen, vanochtend waren ze nog niet doorzichtig. Als dit zo doorgaat, ziet ze zichzelf straks helemaal niet meer en als er andere geesten zijn, kunnen zij haar straks dan ook niet meer zien? Ze moet dit oplossen voor ze helemaal doorzichtig wordt, maar wordt ze wel helemaal doorzichtig? Ze heeft geen idee wat er allemaal gaat gebeuren. Ze gelooft eigenlijk nog steeds niet dat dit allemaal echt gebeurt. Dit is dan toch ook onmogelijk? Geesten beslaan niet. Het zijn fabels. Bovendien waren de geesten van al die verhalen allemaal doden, maar als ze dood was, was ze nu in dat mooie licht met die miljoenen schitterende kleuren, maar ze werd er vandaan getrokken. Waarom?
Sarah loopt de badkamer uit. Ze kan niet meer aanzien dat ze geen spiegelbeeld heeft. Waarom deze kwelling? Wat heeft ze fout gedaan?
Sarah wil eigenlijk naar bed, maar ze is bang dat ze die vreselijke nachtmerrie weer krijgt. Die vlammen waren de duivel. Wat wil de duivel van haar? Ze wil het niet weten, ze wil niet meer slapen.
Sarah zwerft de hele nacht de donkere straten over. Ze komt langs haar school, wat er altijd zo veilig en vertrouwd uitziet, is nu omringt door een kille donkere nacht en mist. Sarah loopt snel verder. Ze weet niet waar ze naartoe gaat, maar morgen gaat ze wel weer terug. Nu loopt ze voor haar gevoel eeuwig de nacht in, en even heeft ze het idee dat ze er nooit meer uit komt.
Toch komt na uren rondzwerven eindelijk zon op en trekt de mist langzaam weg. Sarah heeft geen flauw idee waar ze is. Het kan haar eigenlijk ook niks schelen, ze is toch niks. Ze haat zichzelf. Ze haat de wereld. Ze haat alles. Dit slaat gewoon helemaal nergens op!
Toch draait Sarah zich om in de hoop dat ze een weg terug zou vinden. Sarah heeft het koud, voelt zich kil, en ze weet dat niet komt omdat ze ’s nachts buiten loopt terwijl het bijna winter is. Het voelt anders.
Als er andere geesten zijn, wil Sarah ze wel ontmoeten. Voor hetzelfde geld blijft ze eeuwig eenzaam rondzweven. Maar als er dan al andere geesten zijn, kan ze hen dan wel zien?
Sarah loopt naar de badkamer en kijkt in de spiegel. Geen spiegelbeeld te bekennen. Ze weerkaatst blijkbaar evenveel licht als lucht, ze is doorzichtig, helemaal niks, waarschijnlijk nog minder dan lucht. Als ze naar haar handen kijkt ziet ze dat ze iets doorschijnen, vanochtend waren ze nog niet doorzichtig. Als dit zo doorgaat, ziet ze zichzelf straks helemaal niet meer en als er andere geesten zijn, kunnen zij haar straks dan ook niet meer zien? Ze moet dit oplossen voor ze helemaal doorzichtig wordt, maar wordt ze wel helemaal doorzichtig? Ze heeft geen idee wat er allemaal gaat gebeuren. Ze gelooft eigenlijk nog steeds niet dat dit allemaal echt gebeurt. Dit is dan toch ook onmogelijk? Geesten beslaan niet. Het zijn fabels. Bovendien waren de geesten van al die verhalen allemaal doden, maar als ze dood was, was ze nu in dat mooie licht met die miljoenen schitterende kleuren, maar ze werd er vandaan getrokken. Waarom?
Sarah loopt de badkamer uit. Ze kan niet meer aanzien dat ze geen spiegelbeeld heeft. Waarom deze kwelling? Wat heeft ze fout gedaan?
Sarah wil eigenlijk naar bed, maar ze is bang dat ze die vreselijke nachtmerrie weer krijgt. Die vlammen waren de duivel. Wat wil de duivel van haar? Ze wil het niet weten, ze wil niet meer slapen.
Sarah zwerft de hele nacht de donkere straten over. Ze komt langs haar school, wat er altijd zo veilig en vertrouwd uitziet, is nu omringt door een kille donkere nacht en mist. Sarah loopt snel verder. Ze weet niet waar ze naartoe gaat, maar morgen gaat ze wel weer terug. Nu loopt ze voor haar gevoel eeuwig de nacht in, en even heeft ze het idee dat ze er nooit meer uit komt.
Toch komt na uren rondzwerven eindelijk zon op en trekt de mist langzaam weg. Sarah heeft geen flauw idee waar ze is. Het kan haar eigenlijk ook niks schelen, ze is toch niks. Ze haat zichzelf. Ze haat de wereld. Ze haat alles. Dit slaat gewoon helemaal nergens op!
Toch draait Sarah zich om in de hoop dat ze een weg terug zou vinden. Sarah heeft het koud, voelt zich kil, en ze weet dat niet komt omdat ze ’s nachts buiten loopt terwijl het bijna winter is. Het voelt anders.
Dana opent haar ogen. Het enige wat ze ziet, zijn witte muren, een paar bedden en een raam die zich akelig hoog van de begaande grond blijkt te bevinden. Dana heeft hoogtevrees. Voor zover ze zich herinnert is ze nog nooit hoger dan de zolder op de tweede verdieping geweest en daar waren geen ramen.
Dana voelt zich bang en klein. Ze moet drinken en ze heeft ook wel behoefte aan een spuitje. Ze gebruikt nog niet zo lang drugs, maar toen ze het eenmaal een keer had geprobeerd, vond ze het geweldig. Het is nog beter dan alcohol en samen is het helemaal fantastisch.
Ze kijkt om zich heen. Waar is ze? Nu weet ze het weer, ze is in het ziekenhuis. Wat doet ze hier in een bed? Ze was hier toch alleen maar om te kijken wat er met dat kutkind was gebeurd? Ze staat op en trekt de draden, die aan haar hand zitten, van zich af en rent de kamer uit. Een dokter roept haar en rent haar achterna. Wat hij zegt boeit haar niet. Ze moet hier weg. Ze rent steeds harder. De trappen af en het ziekenhuis uit, richting de eerste de beste kroeg. Ze moet drinken.
Dana voelt zich bang en klein. Ze moet drinken en ze heeft ook wel behoefte aan een spuitje. Ze gebruikt nog niet zo lang drugs, maar toen ze het eenmaal een keer had geprobeerd, vond ze het geweldig. Het is nog beter dan alcohol en samen is het helemaal fantastisch.
Ze kijkt om zich heen. Waar is ze? Nu weet ze het weer, ze is in het ziekenhuis. Wat doet ze hier in een bed? Ze was hier toch alleen maar om te kijken wat er met dat kutkind was gebeurd? Ze staat op en trekt de draden, die aan haar hand zitten, van zich af en rent de kamer uit. Een dokter roept haar en rent haar achterna. Wat hij zegt boeit haar niet. Ze moet hier weg. Ze rent steeds harder. De trappen af en het ziekenhuis uit, richting de eerste de beste kroeg. Ze moet drinken.
made by myself
Nu, als er 3 mensen vragen naar het vervolg, zet ik hoofdstuk 3 erop. Ik heb hem alleen nog niet af, maar ik ben er mee bezig!
Met vriendelijke groeten
Miss Black
Abonneren op:
Posts (Atom)