vrijdag 14 januari 2011

Zwart of wit?

Zou een wit papiertje meer inspiratie geven dan zwart? Niemand die het zou weten omdat zwart in principe nooit wordt gebruikt om te schrijven. Toch  denk ik dat wit meer inspiratie biedt dan zwart. Wit laat alle licht zien en zwart geen één, die neemt alles in. Hoewel je als je je ogen dicht doet zwart ziet, waarop dromen zich vormen. Wit is de beste achtergrond om films op te projecteren. Zwart is al gevuld. Wit kan je vullen. Het is toch een vraag waar je nooit aan denkt. Misschien omdat het in principe geen antwoord biedt. Zwart en wit, totaal anders, allebei meerdere antwoorden en conclusies. Het heeft geen antwoord, dus zal ik er nog eens over nadenken, maar ik heb er nu geen antwoord op…

denkertje

STER

Ster
Een obstakel in de verte, ver van de aarde. In principe alleen in de nacht te zien.
Een teken van geluk en roem.
een leuk figuurtje, vaak in kinderboekjes te zien. Een teken voor de nacht, net zoals de maan.
Een ster is naast een mooie verschijning van de nacht dus meer. De vraag is waarom een ster voor positieve dingen staat. Waarschijnlijk door de schittering in de nacht, wat een gevoel van geluk geeft. Een route op de grote oceaan. Misschien ook door de geloven waar overledenen een ster vormen. Van verering en liefhebben. Maar ook van angst voor de dood. Waarom sterren positief worden gezien is dus niet helemaal logisch op dat gebied. Ik denk dat het dan toch een gevoel vormt dat als je dood gaat je niet niets wordt en je mensen blij maakt met je schittering. Schittering. Ook als beroemdheid heb je dat. Misschien komt de uitdrukking schittering dan ook van sterren, of een ster van schittering. Dat is niet goed te concluderen. Iets wat me best wel even stil doet staan. Ik denk dat een ster en schittering in dat gebied samen als uitdrukking zijn ontstaan, omdat het allebei een punt van hogere macht is.
Ik denk dat het simpele figuurtje van 5 punten is ontstaan door breking van het licht door ijskristallen in de bovenste laag van de atmosfeer, waarna er uitstulpingen aan de ster lijken te vormen, ook wel halo genoemd, en ze het zo, simpel, hebben genoteerd. Het is een makkelijk figuur met een makkelijke naam, wat makkelijk te leren is voor kinderen. Ster is dan ook niet het woord wat ze als laatste zullen herkennen. Daarom is ster misschien ook een groot symbool geworden.

ff iets vrolijks (eindeijk)

OVER EEN PUPPY!
Er was eens...
…Een gelukkig pup
Er was eens…
…Een beestje die van spelen hield
Er was eens…
…Een vrolijk blaffend beestje
Er was eens…
…Een gelukkig pup

geen wij

ik
jij
geen wij
nooit wij
maakt me niet blij

jij
ik
stik
ga weg
geen pech

niet voor jou
niet voor mij
toch maakt het me niet blij
Miss Black

zaterdag 8 januari 2011

toch deed ik het

ik had het niet moeten doen
ik wou het niet doen
toch deed ik het
ik ben een oen

waarom doe ik
dit toch steeds weer
maar ik moet van mezelf
maar ik wil het niet meer
Miss Black

woensdag 5 januari 2011

een niemand

wie ik ben
gewoon iemand
ergens op de wereld
alleen
niemand om me heen

genoeg vrienden
toch alleen
een ziel heb ik wel
maar toch geen
ik ben een stip

een stip
op deze grote wereld
tussen duizend mensen
één mens
doe een wens

Niemand begrijpt me
niemand kan mijn ziel lezen
niemand weet wat ik denk
en niemand weet wie ik ben
hoe hard ik ook ren

Ik val niet op
als een korrel zand aan zee
wegdrijvend in de branding
de diepe zee tegemoet
worden vergeten onder de bodem

later een berg vormen
Slechts een korreltje steen
in een grote berg
dat is niets
zeggen mensen dan

ik ben liever een ster
tussen de miljarden sterren
hier ver vandaan
mensen blij maken
maar niet worden gezien overdag


alleen 's nachts ben ik nuttig

Miss Black

zondag 2 januari 2011

titelloos verhaal H2

Hoofdstuk 2
De telefoon gaat. Dana staat op.
‘Kutzooi.’ Ze neemt nog één slok van haar bier en pakt de telefoon op. ‘Ja?’
‘Wat heeft Sarah nu dan gedaan?’, antwoord ze met een dubbele tong.
‘In het ziekenhuis? Moet ik komen?’
‘O, dank je voor het bellen.’
‘Ja, daag!’, ze hangt op en wil gaan zitten, maar Stephanie begint te huilen.
‘Ook dat nog!’ Dana loopt wankelend naar haar toe. ‘Kan je niet heel even je kop houden kleine! Ik heb genoeg aan mijn hoofd.’, ze pakt haar op en sleept haar mee naar haar kamer. Stephanie kan nog niet echt lopen, dus valt ze om en probeert ze Dana bij te houden door te kruipen. Stephanie moet heel hard huilen.
‘Houd dat kutkop van je toch eens!’, Dana slaat Stephanie en gooit haar haar bed in. Ze moet nog harder huilen.
‘En als ik je straks beneden hoor ben je er geweest!’, Dana loopt weer naar beneden en gaat zitten. Dan moet ze zo ook nog eens naar het ziekenhuis voor die Sarah. Ze pakt haar fles weer en neemt een slok.
Sarah staat naast haar moeder. Waarom toch? Wat doen zij en Stephanie toch fout? Sarah moet huilen, maar dat kan ze niet. Waar heeft ze dit aan te danken? Waarom kon ze niet gewoon thuis blijven, dan had ze voor Stephanie kunnen zorgen en dan had haar moeder Stephanie niet geslagen. Ze had haar wat eten gegeven en getroost, maar ze moest naar school, en nu, nu is ze een geest. Dit kan gewoon niet waar zijn. Het is een droom. Hoe vaak had ze wel niet gedacht dat er een spook onder haar bed zat, maar dat was allemaal verbeelding. Geesten bestonden niet, ze bestaan nog steeds niet. Ze zullen nooit bestaan.
Sarah voelt zich vanbinnen helemaal gesloopt. Moe. Maar lichamelijk heeft ze zich nog nooit zo fit gevoeld. Alsof ze in één keer om de aarde zou kunnen rennen. Toch is ze moe. Ze slentert naar boven. Ze voelt zich licht en tegelijkertijd zo zwaar. Ze wil naar bed.
Ze weet niet hoe, maar ineens ligt ze in haar bed. Ze hoopte eigenlijk dat ze wakker was geworden van deze nachtmerrie, maar ze heeft nog hetzelfde aan en ze voelt zich nog even slecht.
Ze sluit haar ogen en tot haar verbazing ziet ze wit in plaats van zwart. Er verschijnen allemaal dansende kleurtjes. De kleurtjes komen naar elkaar toe, het vormen personen die met elkaar dansen. Het ziet er zo mooi, gelukkig en vredig uit. Het wit beeld word grijs en de personen worden zwart. Ze worden agressief. Hun voeten vatten vlam en binnen een paar seconden verdwijnen ze geheel in een dikke, donkere rook waarachter kwaadaardige vlammen lachen, schreeuwen en roepen naar dood. Zo’n verschrikkelijk geschreeuw. Wanneer de rook wegtrekt ziet ze een gezicht in de vlammen.
‘Sarah! Je bent verdoemd! Je zou dood moeten zijn! Dood moeten zijn! Sarah! Sarah! Je komt nooit uit deze nachtmerrie! Je zou iedereen zien sterven. Naar het witte licht zien gaan, het licht waar jij geen toegang tot kreeg! Je zou eeuwig leven en niets zijn. Helemaal niets! Je bent verdoemd! Sarah! Kom met mij mee! Zeg vaarwel tegen je lijden! Brand één keer en wees eeuwig verlost! Kom mee! Sarah!’
‘Nee, ik wil niet! Ik wil leven, net als iedereen! Waarom?! Nee!’
De vlammen komen dichterbij. Sarah kan de hitte voelen, zo heet. Ze merkt nu dat ze als geest helemaal niks had gevoeld. Nu voelt ze hitte. Het voelt zo slecht, maar ook zo goed, na wat ze vandaag had meegemaakt. Betekent dit dat ze na een nachtmerrie haar ziel aan de duivel moet verkopen? Dat wil ze niet. Ze zal zo weer wakker worden en dan zal alles weer normaal zijn. Nou, normaal was haar leven niet. Toch moest ze niet gaan. Stephanie, ze moest naar Stephanie.
‘Als je nu niet mee komt, kom je nooit meer weg uit de nachtmerrie van niks zijn. Je zou nooit meer terug in je lichaam komen. De dokters zullen je vermoorden voor je terug in je lichaam kan. Je zal eeuwig lijden.’
‘Nee! Ik wil dit niet!’ de vlammen kwamen nog dichter bij. ‘Nee! Ik wil niet! Nee!!’

Sarah schrikt wakker. Gelukkig,  het was allemaal maar een droom. Ze staat op en wil haar kamer uitlopen, maar als ze de deur wil openen gaat ze er weer dwars doorheen. Nee, dit kan niet! Het was geen droom. Sarah wil het niet beseffen. Ze gaat naar beneden. Haar moeder zit niet zo als gewoonlijk op de bank. Waar is ze? Sarah loopt naar boven waar ze Stephanie hoort gillen. Ze loopt naar haar toe en ineens stopt ze met huilen en kijk ze haar kant op. Kan Stephanie haar zien? Sarah loopt naar het bedje toe, maar haar handen verdwijnen in het bedje en in Stephanie, die gelijk weer begint te huilen.
Sarah kan het niet uitstaan. Ze wil Stephanie niet zo zien. Ze wil haar vastpakken, troosten, eten geven en knuffelen, spelen, leren lopen… Wanneer kwam ze nou uit deze godvergeten nachtmerrie? De emoties door Stephanies gehuil kwelde haar, verslond haar ziel, waaruit ze nu alleen nog maar bestond. Ze was niets meer dan een ziel zonder lichaam die overal doorheen greep. Ze kon niks doen, alleen kijken, kijken hoe haar zusje huilde en achtergelaten werd. Vergeten.
Waar was haar moeder?
Ineens ziet Sarah allemaal flitsen voor zich. Mensen in witte jassen. Bedden. Haar moeder. Haar lichaam!
Opeens is ze in het ziekenhuis. Een dokter praat tegen haar moeder.
‘Mevrouw Jenne. U heeft gedronken!’
‘Waar bemoei je je mee!’
‘Met uw eigen gezondheid en dat van uw kind. Dus ik vraag u om mee te gaan.’
‘Nee, ik ga niet naar een kliniek.’
‘Het is voor uw eigen gezondheid. Anders moet ik u vragen om hier niet meer terug te komen.’
‘En dat bepaal jij?! En bovendien, alsof ik zin had om langs te komen. Ik was liever thuis gebleven!’ Sarah ziet haar moeder Wankelend de kamer uit lopen. Ze loopt haar achterna. Opeens valt haar moeder om. Sarah schrikt en begint te gillen om hulp, maar niemand hoort haar natuurlijk. Ze raakt in paniek en begint nog harder te gillen en gaat naast haar moeder zitten en blijft roepen. Niemand hoort haar. Pas minuten later komt er een zuster langs die gelijk hulp roept. Sarah staat snel op voordat de zuster in haar gaat zitten. Allemaal dokters komen er omheen staan en leggen haar op een bed. Een half uur lang blijven er dokters af en aan lopen om te kijken of haar moeder niks mankeert. Daarna komt er enkel nog af en toe een dokter kijken. Sarah zit op haar moeders bed. Zou ze ook in coma liggen? Zou ze haar geest elk moment tegen kunnen komen?
Maar net wanneer ze zich dat afvraagt, opent haar moeder haar ogen en kijkt ze haar aan. Sarah schrikt en springt overeind. Dan valt haar moeder weer in slaap. Sarah heeft het idee dat ze haar hart in haar keel voelt kloppen, maar ze voelt niks. Helemaal niks. Alles wat ze voelt is alleen maar schijn.
Dit is allemaal haar schuld. Als zij wat beter had opgelet op het verkeer was dit allemaal niet gebeurd. Als zij niks had gezegd over de drugs, als ze gewoon alles had genegeerd en wat eerder was opgestaan was dit allemaal niet gebeurd. Was ze gewoon naar school gegaan en had ze voor Stephanie kunnen zorgen. Stephanie! Die is nu helemaal alleen thuis en ze kan niet eens lopen! Straks raakt ze haar ook nog eens kwijt.

Sarah staat naast Stephanies bed en vraagt zich af waarom Stephanie niet huilt. Ze zou meer dan tien uur niet hebben gegeten. Misschien heeft ze wel de hele tijd hebben geschreeuwd toen ze in het ziekenhuis was en dat ze nu moe is. Stephanie ziet er wel moe uit. Sarah kijkt toe hoe Stephanie in slaap valt.
Wie zou nu voor Stephanie zorgen? De buurvrouw, mevrouw de Vries, zou het waarschijnlijk ook niet doorhebben. Stephanie huilt zo vaak en ze schreeuwen altijd thuis. Mevrouw de Vries heeft het gelukkig nooit door, ze is doof en een beetje dement.
Sarah ging wel eens langs bij mevrouw de Vries. Het is een hele aardige vrouw. Het komt zo vaak voor dat Sarah weer eens huilend bij haar aan komt bellen. Mevrouw de Vries zet dan wat thee met koekjes. Sarah doet ook wel eens de boodschappen voor haar, dan krijgt ze wat geld. Haar moeder heeft ook niet veel geld, ze werkt niet en Sarah krijgt ook geen zakgeld. Sarah moet alles regelen. Van het geld wat ze van mevrouw de Vries verdient, kan ze wat voor zichzelf kopen, zoals een mobiel en beltegoed. Daar heeft ze nu niet echt veel aan. Nu wil ze dat de buurvrouw het allemaal wel door heeft.

Hoe gaat het eigenlijk met Amber? Amber weet ook niet dat haar moeder verslaafd is, maar Sarah denkt dat ze wel een vermoede heeft. Als Sarah haar voor de zoveelste keer belt dat ze niet kan komen, omdat er weer eens wat is gebeurd en dat ze de smoes gebruikt dat ze zich niet lekker voelt, vraagt Amber altijd door. Sarah wil niet dat Amber weet dat haar moeder verslaafd is, straks wil ze haar vriendin niet meer zijn. Ze schaamt zich ervoor. Amber is dan ook nog nooit bij haar thuis geweest.
Amber zal zich nu wel afvragen waarom ze vandaag niet op school was. Normaal belt Sarah altijd van te voren. Nu niet, het was dan vandaag ook de bedoeling om gewoon naar school te gaan. Sarah hoopt dat ze morgen, of anders overmorgen wel naar school kan. Als ze dan nog steeds in deze akelige nachtmerrie zit, gaat ze kijken hoe het op school is.

Zouden er meer geesten zijn? Als dit geen nachtmerrie is, zouden er meer geesten moeten zijn. Zij is toch niet de enige die in coma ligt? Waar zijn al die andere geesten dan?
Als er andere geesten zijn, wil Sarah ze wel ontmoeten. Voor hetzelfde geld blijft ze eeuwig eenzaam rondzweven. Maar als er dan al andere geesten zijn, kan ze hen dan wel zien?
Sarah loopt naar de badkamer en kijkt in de spiegel. Geen spiegelbeeld te bekennen. Ze weerkaatst blijkbaar evenveel licht als lucht, ze is doorzichtig, helemaal niks, waarschijnlijk nog minder dan lucht. Als ze naar haar handen kijkt ziet ze dat ze iets doorschijnen, vanochtend waren ze nog niet doorzichtig. Als dit zo doorgaat, ziet ze zichzelf straks helemaal niet meer en als er andere geesten zijn, kunnen zij haar straks dan ook niet meer zien? Ze moet dit oplossen voor ze helemaal doorzichtig wordt, maar wordt ze wel helemaal doorzichtig? Ze heeft geen idee wat er allemaal gaat gebeuren. Ze gelooft eigenlijk nog steeds niet dat dit allemaal echt gebeurt. Dit is dan toch ook onmogelijk? Geesten beslaan niet. Het zijn fabels. Bovendien waren de geesten van al die verhalen allemaal doden, maar als ze dood was, was ze nu in dat mooie licht met die miljoenen schitterende kleuren, maar ze werd er vandaan getrokken. Waarom?
Sarah loopt de badkamer uit. Ze kan niet meer aanzien dat ze geen spiegelbeeld heeft. Waarom deze kwelling? Wat heeft ze fout gedaan?
Sarah wil eigenlijk naar bed, maar ze is bang dat ze die vreselijke nachtmerrie weer krijgt. Die vlammen waren de duivel. Wat wil de duivel van haar? Ze wil het niet weten, ze wil niet meer slapen.
Sarah zwerft de hele nacht de donkere straten over. Ze komt langs haar school, wat er altijd zo veilig en vertrouwd uitziet, is nu omringt door een kille donkere nacht en mist. Sarah loopt snel verder. Ze weet niet waar ze naartoe gaat, maar morgen gaat ze wel weer terug. Nu loopt ze voor haar gevoel eeuwig de nacht in, en even heeft ze het idee dat ze er nooit meer uit komt.
Toch komt na uren rondzwerven eindelijk zon op en trekt de mist langzaam weg. Sarah heeft geen flauw idee waar ze is. Het kan haar eigenlijk ook niks schelen, ze is toch niks. Ze haat zichzelf. Ze haat de wereld. Ze haat alles. Dit slaat gewoon helemaal nergens op!
Toch draait Sarah zich om in de hoop dat ze een weg terug zou vinden. Sarah heeft het koud, voelt zich kil, en ze weet dat niet komt omdat ze ’s nachts buiten loopt terwijl het bijna winter is. Het voelt anders.

Dana opent haar ogen. Het enige wat ze ziet, zijn witte muren, een paar bedden en een raam die zich akelig hoog van de begaande grond blijkt te bevinden. Dana heeft hoogtevrees. Voor zover ze zich herinnert is ze nog nooit hoger dan de zolder op de tweede verdieping geweest en daar waren geen ramen.
Dana voelt zich bang en klein. Ze moet drinken en ze heeft ook wel behoefte aan een spuitje. Ze gebruikt nog niet zo lang drugs, maar toen ze het eenmaal een keer had geprobeerd, vond ze het geweldig. Het is nog beter dan alcohol en samen is het helemaal fantastisch.
Ze kijkt om zich heen. Waar is ze? Nu weet ze het weer, ze is in het ziekenhuis. Wat doet ze hier in een bed? Ze was hier toch alleen maar om te kijken wat er met dat kutkind was gebeurd? Ze staat op en trekt de draden, die aan haar hand zitten, van zich af en rent de kamer uit. Een dokter roept haar en rent haar achterna. Wat hij zegt boeit haar niet. Ze moet hier weg. Ze rent steeds harder. De trappen af en het ziekenhuis uit, richting de eerste de beste kroeg. Ze moet drinken.
made by myself

Nu, als er 3 mensen vragen naar het vervolg, zet ik hoofdstuk 3 erop. Ik heb hem alleen nog niet af, maar ik ben er mee bezig!

Met vriendelijke groeten
Miss Black