Hoofdstuk 1
Sarah loopt over straat. Ze is onderweg naar school. Ze kijkt op haar horloge, nog vijf minuten en de bel gaat. Gelukkig woont ze heel dicht bij school, maar nu is ze wel laat.
Thuis had ze ruzie met haar moeder. Sinds haar vader haar, haar moeder en haar zusje sinds een half jaar alleen heeft achtergelaten, is haar moeder alcoholverslaafd geworden. Ze was het eigenlijk al, dat is waarschijnlijk ook een reden waarom haar vader is vertrokken. Ze hadden samen zo veel ruzie daarom. Maar sinds haar vader weg is, is het nog erger geworden. Vanochtend had ze zelfs een spuit in haar moeders tas gevonden toen ze even wat geld wou pakken om ’s middags na schooltijd de boodschappen te doen. Ze is nu dus ook drugsverslaafd. Sarah zei er iets over tegen haar moeder. Het werd een vreselijke ruzie. Haar moeder begon te schreeuwen en gooide een vaas in haar richting die haar gelukkig niet raakte. Gelukkig niet, anders gaan ze op school vragen wat er aan de hand is en weet iedereen dat haar moeder verslaafd is. Haar zusje van twee begon heel hard te huilen. Sarah wil dat ze haar mee kon nemen. Haar moeder vergeet haar zusje, Stephanie, en Sarah moet voor haar zorgen, maar dat kan bijna niet, omdat ze ook naar school moet.
Sarah kijkt op haar horloge. Ze moet opschieten. Nog even deze straat over en dan…
Sarah schrikt. Er komt opeens een auto op haar afrijden. Van de schrik blijft ze stilstaan. Met piepende remmen, maar nog steeds een hoge snelheid komt de auto steeds dichterbij.
Thuis had ze ruzie met haar moeder. Sinds haar vader haar, haar moeder en haar zusje sinds een half jaar alleen heeft achtergelaten, is haar moeder alcoholverslaafd geworden. Ze was het eigenlijk al, dat is waarschijnlijk ook een reden waarom haar vader is vertrokken. Ze hadden samen zo veel ruzie daarom. Maar sinds haar vader weg is, is het nog erger geworden. Vanochtend had ze zelfs een spuit in haar moeders tas gevonden toen ze even wat geld wou pakken om ’s middags na schooltijd de boodschappen te doen. Ze is nu dus ook drugsverslaafd. Sarah zei er iets over tegen haar moeder. Het werd een vreselijke ruzie. Haar moeder begon te schreeuwen en gooide een vaas in haar richting die haar gelukkig niet raakte. Gelukkig niet, anders gaan ze op school vragen wat er aan de hand is en weet iedereen dat haar moeder verslaafd is. Haar zusje van twee begon heel hard te huilen. Sarah wil dat ze haar mee kon nemen. Haar moeder vergeet haar zusje, Stephanie, en Sarah moet voor haar zorgen, maar dat kan bijna niet, omdat ze ook naar school moet.
Sarah kijkt op haar horloge. Ze moet opschieten. Nog even deze straat over en dan…
Sarah schrikt. Er komt opeens een auto op haar afrijden. Van de schrik blijft ze stilstaan. Met piepende remmen, maar nog steeds een hoge snelheid komt de auto steeds dichterbij.
Wat er daarna echt gebeurde kan ik niet zeggen. Sarah zag alleen zwart met één wit lichtje in de verte. Ze liep er heen. Het was een lange weg, donker en kil, met alleen één wit lichtje in de verte die heel langzaam, maar toch, dichter bij kwam. Na lang lopen, bereikte ze het licht. Het was een poort waarachter ze wit licht zag, gevuld met de schitterendste kleuren. Het was zo mooi. Ze wou er instappen, maar toen viel ze. Ze viel weg van het licht tot ze het niet meer zag.
Ze viel op straat, maar gek genoeg mankeerde haar niks. Ze zag nog iemand op de straat liggen, waarnaast allemaal ambulancebroeders omheen stonden die opgelucht zeiden dat de persoon weer polsslag had. Ze liep er heen om te kunnen zien wie het was. Tot haar grote schrik zag ze dat het haar lichaam was! Haar lichaam! Hoe kon dat?! Ze wist toch echt zeker dat ze daarnaast stond. Dit was onmogelijk, dat kan niet!
Vol met angst rende ze naar een ambulancebroeder om te vragen wat er aan de hand was, maar toen ze voor hem ging staan liep hij dwars door haar heen. Sarah werd misselijk. Dit was gewoon onmogelijk!
De ambulancebroeders legden haar lichaam op de brandcard en namen haar mee de ambulance in. Sarah wist niet wat ze moest doen, dus liep ze snel, voor dat de deuren dichtgingen, ook de ambulance in. Ze werd er helemaal gek. Haar lichaam lag naast haar en de ambulancebroeders vroegen of ze wat hoorde. Ze hoorde het wel, maar haar lichaam niet. De ambulance broeders liepen steeds dwars door haar heen. Sarah voelde zich naakt, erger dan naakt.
Na een lange rit kwamen ze eindelijk bij het ziekenhuis aan. Sarah wou haar lichaam even niet meer zien, maar wat moest ze anders? Ze besloot naar huis te gaan. Ze wou een deur openen, maar dat ging niet, ze ging er gewoon dwars doorheen. Sarah begon te rennen, zo hard als ze kon. Op de een of andere manier raakte ze niet uitgeput, maar ze was wel ver van huis. Ze ging naar een bushalte waar gelijk de goede bus aankwam. Ze stapte in. Ze voelde zich slecht, aangekeken. Ze kon niet betalen. Ze voelde zich illegaal. Ze ging even zitten en keek naar buiten. De bus stopte en mensen stapten in. Een vrouw ging in haar zitten. Sarah schrok en stond snel op. Ze werd helemaal gek.
Eindelijk kwam de bus in haar buurt en stapte Sarah uit. Ze liep naar huis. Wat moest ze nu? Ze was niks. Helemaal niks.
Vol met angst rende ze naar een ambulancebroeder om te vragen wat er aan de hand was, maar toen ze voor hem ging staan liep hij dwars door haar heen. Sarah werd misselijk. Dit was gewoon onmogelijk!
De ambulancebroeders legden haar lichaam op de brandcard en namen haar mee de ambulance in. Sarah wist niet wat ze moest doen, dus liep ze snel, voor dat de deuren dichtgingen, ook de ambulance in. Ze werd er helemaal gek. Haar lichaam lag naast haar en de ambulancebroeders vroegen of ze wat hoorde. Ze hoorde het wel, maar haar lichaam niet. De ambulance broeders liepen steeds dwars door haar heen. Sarah voelde zich naakt, erger dan naakt.
Na een lange rit kwamen ze eindelijk bij het ziekenhuis aan. Sarah wou haar lichaam even niet meer zien, maar wat moest ze anders? Ze besloot naar huis te gaan. Ze wou een deur openen, maar dat ging niet, ze ging er gewoon dwars doorheen. Sarah begon te rennen, zo hard als ze kon. Op de een of andere manier raakte ze niet uitgeput, maar ze was wel ver van huis. Ze ging naar een bushalte waar gelijk de goede bus aankwam. Ze stapte in. Ze voelde zich slecht, aangekeken. Ze kon niet betalen. Ze voelde zich illegaal. Ze ging even zitten en keek naar buiten. De bus stopte en mensen stapten in. Een vrouw ging in haar zitten. Sarah schrok en stond snel op. Ze werd helemaal gek.
Eindelijk kwam de bus in haar buurt en stapte Sarah uit. Ze liep naar huis. Wat moest ze nu? Ze was niks. Helemaal niks.
made by myself
Ik zet hoofdstuk 2 er op als er 2 mensen naar hebben gevraagd via reacties
Met vriendelijke groeten,
Miss Black
reageer,
BeantwoordenVerwijderensupergoed verhaal ga zo door ik hoop dat er een 2e hoofdstuk komt
BeantwoordenVerwijderenleuk verhaal!!, wil je H2 erop zetten??
BeantwoordenVerwijderen